“Je kunt zóveel doen voordat je naar medicatie grijpt”

Veel mensen kampen met slaapproblemen. Toch belandt een groot deel nog altijd met een recept voor slaapmedicatie bij de apotheek. Volgens Audry Kenter, praktijkondersteuner GGZ op de Heuvelrug, kan dat anders. Met de Slaapstraat krijgen huisartsenpraktijken een gestructureerde aanpak in handen die werkt. “Er wordt vaak onderschat hoeveel winst er te behalen is met aandacht, uitleg en gerichte gedragsinterventies”. Daarbij is de werkwijze relatief eenvoudig te implementeren: in iedere huisartsenpraktijk.
“Er wordt vaak onderschat hoeveel winst er te behalen is met aandacht, uitleg en gerichte gedragsinterventies”.
Slecht slapen komt vaker voor dan je denkt. Naar schatting ervaart 20 tot 30 procent van de Nederlanders slaapproblemen en lijdt eén op de tien mensen aan chronische slapeloosheid. Toch wordt slaap in de eerste lijn nog lang niet altijd systematisch aangepakt. Daar kan de Slaapstraat verandering in brengen.Het is géén fysieke straat, maar een gestructureerd zorgprogramma binnen de huisartsenpraktijk. Het doel is om slaapproblemen beter te herkennen, te diagnosticeren en te behandelen, zonder het voorschrijven van slaapmedicatie. Alleen dat al is een hele winst. Op de Heuvelrug werken praktijken in onder meer Driebergen, Doorn, Langbroek en inmiddels ook in Maarn met deze aanpak. Huisartsen, POH’s-GGZ en doktersassistentes volgden daar een training voor, waar ze verrassend veel inzichten kregen.
Audry Kenter werkt al jaren op het snijvlak van GGZ en huisartsenzorg. Ze ziet dagelijks wat slecht slapen met mensen doet. “Patiënten komen bij de huisarts en zeggen: ‘Ik slaap slecht, kunt u me iets geven”? Voorheen had de huisarts vaak weinig anders te bieden dan medicatie geven of iemand door te verwijzen naar een slaapinstituut. Maar daarmee kwamen te lichte diagnoses op te zware plekken terecht. Bovendien lossen pillen een onderliggend gedragsprobleem niet op”. De Slaapstraat biedt een alternatief. “Het is een vaste volgorde van stappen. De huisarts luistert, vraagt gericht uit met een vragenlijst en brengt in kaart wat er nog meer speelt. Is het echt insomnie of is er sprake van iets anders, zoals bijvoorbeeld slaapapneu, restless legs of een verstoord ritme door onregelmatige werktijden”? Pas daarna volgt de volgende stap en wordt de patiënt uitgenodigd voor de slaapmeetweek, waarin hij een slaapdagboek bijhoudt en een online vragenlijst invult (HSDQ).
“Veel patiënten die ik zie, denken dat ze nauwelijks slapen, maar als ze het bijhouden, blijkt het vaak genuanceerder”, vertelt Audry. “We kijken naar bedtijden, wakker liggen, dutjes, koffie- en alcoholgebruik. Alleen dat al geeft veel inzichten”. De doktersassistente speelt hierin een cruciale rol. Zij legt uit hoe het slaapdagboek werkt en plant de vervolgafspraak bij de huisarts. “Het is echt teamwerk,” benadrukt Kenter. “Het is belangrijk dat iedereen weet hoe het werkt”. Op basis van het dagboek en de ingevulde vragenlijst volgt uitleg, de diagnose en advies. Vaak zijn relatief eenvoudige interventies al effectief. Zo weten de meeste mensen niet dat slaap veranderd als je ouder wordt. Acht uur slapen is niet een heilige norm, dat is ook vaak een eyeopener. “Als iemand acht uur in bed ligt en maar vier uur slaapt, dan is het beter om de tijd in bed te verkorten. Wij adviseren om alleen naar bed te gaan als je slaperig wordt. Mensen die wakker liggen, kunnen beter even opstaan, ergens in huis een warm plekje zoeken en bijvoorbeeld een boek lezen”. Een vast patroon van wakker blijven liggen doorbreken, doet vaak wonderen.
‘’Wij adviseren om alleen naar bed te gaan als je slaperig wordt.”
Audry ziet regelmatig dat slaapproblemen verweven zijn met psychische klachten. “Bij depressie, angst of rouw, zie je vaak dat mensen ook slechter slapen. In sommige gevallen is het beter om eerst dat slapen aan te pakken. Want als mensen beter slapen, voelen ze zich mentaal sterker en kunnen ze meer aan”. Bij slapeloosheid kan ook cognitieve gedragstherapie ingezet worden door de POH GGZ: face-to-face in de praktijk, maar ook via e-health modules, zoals iSleep. “Dat is heel laagdrempelig voor de patiënt en vanuit de praktijk ook goed te begeleiden”, weet Audry.
Wat de Slaapstraat Audry persoonlijk bracht? “Ik voel me veel zekerder. Nu ik beter begrijp hoe slaap werkt, ik meer kennis heb over onder andere slaapcycli, slaapdruk en het effect van piekeren, kan ik het ook beter uitleggen aan de patiënt. Die uitleg werkt normaliserend en mensen voelen zich minder afwijkend. Het verraste mij dat kleine dingen al zo groot effect kunnen hebben. Alleen al inzicht kan het verschil maken. Bovendien is slapen zo’n algemeen onderwerp: Iedereen heeft het er wel eens over. Voor mij is het een praktische ingang om mensen verder te helpen”.
Audry vindt het een goede ontwikkeling dat de Slaapstraat zich steeds verder verspreidt over de Heuvelrug. Uit eigen ervaring weet ze dat als praktijken samen iets oppakken en elkaar stimuleren, dat enorm versterkt. “Er zijn nog steeds mensen die denken dat je aan slecht slapen niets kunt doen, maar er valt nog veel winst te behalen. Bovendien is het als praktijk niet ingewikkeld om ermee te starten. De training volgen is het startpunt, je krijgt materialen en een hele bibliotheek aan ondersteuning”. Eigenlijk kunnen alle collega’s in de eerste lijn een rol spelen. “Hoor je van een cliënt dat hij slecht slaapt? Adviseer degene om naar de huisarts te gaan en dat te bespreken”. Er zijn andere oplossingen dan te vragen om slaapmedicatie. Met structuur, aandacht en gerichte interventies kunnen mensen hun nachtrust, en daarmee hun veerkracht, terugkrijgen. En dat is heel wat waard.