In regio Heuvelrug bundelen POH-GGZ’s krachten: ‘’Je hebt het gevoel er niet“Out of the box denken en proberen samen dingen op te lossen”alleen voor te staan’’

Tekst: Babs Bouwman
Steeds meer huisartsen, ouders én jongeren weten de POH GGZ Jeugd te vinden. Niet vreemd, want de praktijkondersteuner vormt een laagdrempelige schakel tussen huisarts, gezin, school en specialistische zorg. Kinderen en jongeren tot 18 jaar kunnen er terecht met angst- of stemmingsklachten, gedragsproblemen of sociale moeilijkheden. Maar ook ouders die zich zorgen maken over de opvoeding krijgen steun. Voor Monique voelt deze rol als een perfecte combinatie: “Na een aantal jaren als teamleider in de jeugd GGZ gewerkt te hebben en een korte periode als schoolmaatschappelijk werker, wilde ik weer meer de inhoudelijke zorg in. Nu sta ik dicht bij de cliënt en kan ik ook iets opbouwen”. Zes jaar geleden begon POH Jeugd als project; inmiddels werkt Monique met vier collega’s voor alle huisartsen op de Heuvelrug en is de functie volledig ingebed in de jeugdstructuur.
“Wij nemen altijd het hele systeem mee”, legt ze uit. “Spanningen thuis, prestatiedruk, leerproblemen of sociale problemen. Alleen op de klacht focussen, brengt je niet verder”.
De rol van de POH Jeugd valt niet meer weg te denken. Toch blijft samenwerking soms een puzzel. Verschillende systemen, privacywetgeving en uiteenlopende verantwoordelijkheden kunnen de communicatie vertragen. Huisartsen en POH Jeugd werken bijvoorbeeld in verschillende systemen. “Dan mis je soms belangrijke informatie,” zegt Monique. “We proberen dat op te vangen met goede terugkoppeling, maar dat kost tijd en aandacht”. Een ander praktisch knelpunt: doorverwijzen naar specialistische zorg moet altijd via de huisarts, ook al heeft de POH Jeugd goed zicht op de situatie. “Dat wringt soms. Snelle actie is in het belang van het kind, maar we kunnen privacy en verantwoordelijkheden niet negeren”.
Ondanks obstakels ziet Monique dat huisartsen POH Jeugd steeds vaker consulteren bij onduidelijke klachten. Bijvoorbeeld als er sprake is van lichamelijke klachten zonder duidelijke medische oorzaak. Het grote voordeel is dat Monique en haar collega’s de tijd hebben om breder te kijken: hoe het thuis gaat, wat er op school gebeurt, hoe het sociale netwerk er uit ziet en hoe lang de klachten spelen. “Wij nemen altijd het hele systeem mee”, legt ze uit. “Spanningen thuis, prestatiedruk, leerproblemen of sociale problemen. Alleen op de klacht focussen, brengt je niet verder”. Voor jongeren met enkelvoudige problematiek biedt de POH Jeugd zelf behandeling en begeleiding, meestal in 5 tot 10 gesprekken. Denk aan angst- of dwangklachten. Bij complexere situaties verwijst de POH door of betrekt ze het dorpsteam er bij. Vaak om het kind voorlichting geven over hun diagnose te geven, zoals ADHD of autisme, zodat ze begrijpen wat er aan de hand is en ermee leren omgaan.
Monique merkt op dat jongeren (en ouders) vaak het gevoel hebben dat er iets groots aan de hand is. “Problemen horen óók bij het leven”, zegt ze. “We zijn zó gewend geraakt aan de maakbare maatschappij, dat ongemak al snel voelt als iets dat opgelost moet worden. Daarom zie ik normaliseren als belangrijke uitdaging”. Tegelijkertijd is ze zich bewust dat er veel speelt onder de jeugd. Bijvoorbeeld prestatiedruk, gevoed door sociale media en hoge verwachtingen op school. Veel jongeren lopen op hun tenen, met angst en vermoeidheid tot gevolg. Het is belangrijk dat jongeren gezien worden en dat we echt naar ze luisteren”. Daar vallen nog stappen in te behalen.
“Op het moment dat je hoort dat een jongere vastloopt, moet je automatisch denken: wie kan ik hierbij betrekken? Dat moet in ieders systeem zitten”.
Alhoewel de samenwerking met scholen goed op gang is gekomen, ziet Monique ook verbeterpunten. “Scholen adviseren ouders en hun kind nog te vaak om naar de huisarts voor een doorverwijzing te gaan, terwijl ze ook bij ons terecht kunnen”. De komst van schoolconsulenten noemt ze een hoopvolle ontwikkeling: dat maakt de lijnen nog korter. Voor schoolteams ligt er volgens haar een belangrijke taak om signalen vroeg te herkennen. “Leerkrachten zijn geen psychologen, en dat hoeft ook niet. Maar als we elkaar sneller inschakelen, kunnen we preventiever werken”. Een kort telefoontje kan al heel wat oplossen.
Op de vraag hoe samenwerking idealiter zou moeten verlopen, hoeft Monique niet lang na te denken: het begint bij mindset. “Op het moment dat je hoort dat een jongere vastloopt, moet je automatisch denken: wie kan ik hierbij betrekken? Dat moet in ieders systeem zitten”. Ze pleit voor een brede blik: heeft school informatie? Is er iemand in de buurt die steun kan bieden? Is er expertise nodig van jeugdarts, IB’er of zorgaanbieder? Welke mensen uit het netwerk kunnen meedenken? “Het is in het belang van het kind, dat we vanaf het begin het juiste netwerk optuigen”.
De afgelopen zes jaar dat Monique POH Jeugd werk doet, is er veel informatie verzameld: “Daarmee kunnen we steeds beter in kaart brengen welke type vragen er het meeste binnenkomen. Dat helpt ons om gericht aanbod te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld groepsprogramma’s of ouderavonden”. Gelukkig is de Utrechtse Heuvelrug een fijne plek om te wonen en is er voor de jeugd alles wat ze nodig hebben. Dat neemt niet weg dat er ook kinderen met problemen zijn. Voor hen heeft Monique wel een wens: “Ik hoop dat jongeren die hulp nodig hebben, snel op de juiste plek terechtkomen”. Want dat kan leiden tot kortere behandeltrajecten. Meer geld is er wat haar betreft niet nodig. Slimmer organiseren daarentegen wel. Net als meer samenwerken en af en toe buiten de protocollen durven te denken. Vanzelfsprekend alleen als het verantwoord is”. Met vijf POH’s Jeugd voor alle huisartsen op de Heuvelrug is er in ieder geval een stevige basis.
Voor meer informatie over samenwerking met de POH GGZ Jeugd, kijk op: www.samenopdeheuvelrug.nl.